Historie

Hoe het begon

In de zomer van 1931 was er opschudding in de Alkmaarse voetbalwereld, want enkele ouders en zeer veel jongelui hadden de moed een nieuwe vereniging op te richten, “v.v. Alkmaarsche Boys”. Toen op 8 juli 1931 de oprichtingsvergadering van Alkmaarsche Boys werd gehouden was het enthousiasme onder onze leden groot.

In 1931 zag Alkmaar er nog heel anders uit, en dat geldt zeker voor de Overdie. De bebouwing hield op bij de Uitenboschstraat, de Baansingel, de Schaepmanstraat en de K. van ‘t Veerstraat. Daar voorbij lagen vooral weilanden, afgebakend door tochtsloten. Maar er was al de Heiloeërdijk, toen een weggetje dat vanaf de Kennemerstraatweg in de richting van het Noordhollands kanaal kronkelde. En op een stuk land van boer Mathijssen aan die Heiloeërdijk is Alkmaarsche Boys begonnen.

Het boerenland werd met de eigen mensen tot een voetbalveld gemaakt. Het was de eerste zelfwerkzaamheid, waar de Boys in Alkmaar befaamd om zouden worden! De mensen van het eerste uur volgden enkele ontevreden jeugdleden die Alcmaria Victrix hadden verlaten na een conflict met het bestuur. Het nieuwe Alkmaarsche Boys begon de eerste wedstrijd, in de Overdie, tegen de 'buren' van Meervogels.

Eerste kampioenen van Alkmaarsche Boys

Aan het eind van het eerste voetbaljaar van Alkmaarsche Boys, in 1932, verhuisden de roodwit geblokte teams al uit de Overdie. Onder het motto 'Eendracht maakt macht' stroopten de verenigingsmensen de mouwen weer op, want ook nu viel er heel wat te doen. Er werd een voetbalveld aangelegd vlak bij de spoorlijn aan de Westerweg, in het Heiloeërbos. De werkers werden beloond met een sigaar per dag, maar tevens met de eerste kampioenen van de piepjonge club.

Alkmaarsche Boys had toen drie seniorenteams, een juniorenteam en een adspirantenteam. Zij werden, op de adspiranten na, allemaal kampioen. Het eerste elftal eindigde onder leiding van trainer C. Hoek in 1933 weer bovenaan en behaalde bovendien het kampioenschap van de afdeling Noord Holland. Een derde kampioenstitel, in 1935, zorgde voor promotie naar de KNVB. Sportief hadden de Boys dan wel de wind mee, financieel was het zwaar. Maar het enthousiasme was groot, want de Boysspelers maakten er geen probleem van om op de fiets te gaan, zelfs naar Purmerend. En op de Westerweg was een veldwachter nodig om gratis kijken bij de wedstrijden tegen te gaan!

Boys naar de 2e klas!

In de dertiger jaren droegen de voetballers lange korte broeken en in plaats van sporttassen hadden ze rieten koffertjes. Maar ook in die tijd, toen werkelozen extra korting kregen op de toegangsprijzen, was voetbal heel erg populair. Niet alleen zorgde radiocommentator Han Hollander voor geestdrift in de huiskamers, ook bij de Boys, aan de Westerweg, was het publiek enthousiast. De jonge Alkmaarse ploeg haalde immers vele successen in die begintijd.

Het kampioenschap in Schagen, in 1935, was namelijk nog niet het eind van de pret. Want er was veel pret om die sportprestaties: men genoot met volle teugen en velen volgden de verrichtingen van de spelers op de voet. Er ging een extra trein naar Schagen, en in het seizoen 1937/38 moesten zelfs 21 bussen gecharterd worden om de Boyssupporters te vervoeren. In die beginjaren waren er echter ook moeilijkheden: vooral de penningmeesters hadden het knap lastig. En ook toen waren er conflicten tussen trainers en bestuurders. Zo'n conflict bracht de in die tijd bekende, en bij de Boys sindsdien legendarische, Pierre Mulders in Alkmaar. Hij speelde bij Ajax en trainde Alkmaarsche Boys. Later was hij speler/trainer en voerde hij de Boysvoorhoede aan, met daarin bekende Boysmensen als Jan Goudsblom en Vic Indri. De kampioensfeesten vonden onder grote belangstelling plaats in toen zeer bekende lokaliteiten als Paviljoen Kinheim (de buurt kon er niet van slapen!), de Harmonie en de Muziektuin. In de omgeving van die Muziektuin zou later nog getraind worden ook, bij het licht van een enkele lantaarnpaal. De feesten bekroonden de sportieve successenreeks, die de roodwit geblokte voetballers van Alkmaarsche Boys in 1937 in de 2e klas KNVB brachten. Een belangrijke tegenstander daar was... Alcmaria Victrix.

Jeugdtraining bij Alkmaarsche Boys

Het allereerste welpenelftal van Alkmaarsche Boys voetbalde niet erg regelmatig, want er bestond in 1938 geen jeugdcompetitie. De jonge voetballertjes kwamen alleen in actie in voorwedstrijden. Ze beschouwden dat trouwens als ware happenings: spelen voor het eerste elftal, bijvoorbeeld in de Zaanstreek, en soms kreeg je dan een groot glas limonade uit het kraampje van Willem Molenkamp! Als die Boyswelpen moesten trainen, gingen ze lopend naar het veld, over het schelpenpad dat toen de Westerweg was.

Dat was aan het eind van de middag, want van trainingsveldverlichting was geen sprake. De training duurde dus tot het te donker werd. 's Winters trainde de Boysjeugd in de gymzaal aan de Ridderstraat en natuurlijk was zitvoetbal dan populair. Hoe anders is dat in tegenwoordig! Bijna elke week kan de Boysjeugd terecht op de Overdie voor wedstrijden, en zeker voor trainingen.

Op de speciaal aangelegde wetravelden kan onder alle weersomstandigheden gevoetbald worden. De juniorentraining staat onder leiding van deskundige trainers, want voor elke groep zijn er gediplomeerde jeugdoefenmeesters aangesteld. Met elkaar zorgen deze oefenmeesters, die zich gesteund weten door enthousiaste jeugdleiders en jeugdbestuurders, voor een echte voetbalsfeer op het Boyscomplex.

Boys in bezettingstijd

De opmars van Alkmaarsche Boys stagneerde in de 2e klas. Dat had in elk geval met twee belangrijke historische feiten te maken. De oorlogsdreiging, en later de Duitse overheersing, maakte een gewone voetbalcompetitie onmogelijk. Bovendien ontstond bij een fusie een samenwerking tussen de afzonderlijke voetbalbonden die Nederland toen nog kende: de confessionele clubs zorgden voor nog meer tegenstand.

In 1942 ontkwam Alkmaarsche Boys ternauwernood aan degradatie uit de 2e klas. In de oorlogsjaren kwamen er noodcompetities en de teams kampten dan soms met spelersproblemen: spelers waren gemobiliseerd of op andere wijze betrokken geraakt bij de benarde bezettingstijd. Het Boysbestuur deed overigens goed werk, want het saboteerde met de ledenlijsten, zodat de Duitsers geen Boysleden konden arresteren! De saamhorigheid was groot, evenals de haat tegen de bezetters. En omdat het Wilhelmus verboden was, zongen de Boysleden 'Waar de blanke top der duinen'. Dat lied zou, jaren later, steeds een ontroerend moment zijn op menig Boysfeest, met secretaris Jorritsma als voorzanger in het Wapen van Heemskerk.

Het viel echter niet mee om de organisatie van het 10-jarige Alkmaarsche Boys draaiende te houden. De Duitse bezetters hadden immers bepaald, dat er 's avonds verduisterd moest worden. Dat betekende, dat de Boysbestuurders door een aardedonkere Hout het vergaderlokaal aan de Westerweg moesten opzoeken. De toenmalige voorzitter, J.Koster, moet nog eens verdwaald zijn geraakt. Maar dat kan ook gebeurd zijn na een van de trainingen als men in het donker naar verdwaalde ballen moest zoeken. Het laatste oorlogsjaar was voetballen vrijwel onmogelijk geworden door de razzia's, maar er heerste bovendien honger onder de Alkmaarders. Tot de bevrijding hadden ook de Boysmensen wel wat anders aan hun hoofd dan voetbal.

Alkmaarsche Boys verhuist weer

In 1946 vierde Alkmaarsche Boys het 15-jarig bestaan. De club telde toen zo'n 300 leden en had sinds kort een eigen clubblad: de Boyskoerier. In het jubileumnummer sprak men over de afgelopen magere jaren. Toch speelden de roodwit geblokten nog steeds in de 2e klas van de KNVB. Dat ging helemaal niet van een leien dakje, want de omstandigheden vlak na de oorlog waren nog moeilijk.

Herhaaldelijk werden de eerste elftal spelers naar hun uitwedstrijden vervoerd per vrachtwagen! In het feestnummer uit 1946 schrijft de toenmalige burgemeester Van Kinschot over een ander probleem: het is toch jammer dat Alkmaarsche Boys in Heiloo speelt. Daar kwam in 1948 een einde aan. Na veel onderhandelingen kon een nieuw veld worden betreden aan het begin van de Sportlaan. Op 5 september vond de eerste wedstrijd plaats tegen Watergraafsmeer, onder leiding van de fameuze scheidsrechter Leo Horn. De Alkmaarders zijn dan inmiddels gedegradeerd naar de 3e klas. In de 'nacompetitie' konden zij het niet bolwerken, ondanks de gepubliceerde oproep van de supportersvereniging om steun: ‘Wie gaat er mee naar de wedstrijd De Metoor-Alkmaarsche Boys? Vertrek per trein uit Alkmaar 12.10 uur. Leden supportersvereniging half geld. De NS hebben toegezegd extra materiaal aan te zullen koppelen.' Alkmaarsche Boys lijkt zich echter goed genesteld te hebben in de Hout. Daar had men de beschikking over twee velden. In 1949 kwamen er twee velden bij: die velden lagen in de toen nog steeds onbebouwde Overdie, met de ingang aan het eind van de Cort van der Lindenkade.

Koning voetbal in de Hout

Op zondagmiddag ging je naar het voetballen kijken in de Hout. Want aan de Sportlaan speelde Alkmaarsche Boys en op het Sportpark Alcmaria Victrix. Het was een hele belevenis als je, op weg naar jóuw club, de muziek hoorde. Marsmuziek, waarvan je later de namen leerde: de KLM-mars en natuurlijk vooral Koning Voetbal. Op de maat van die klanken betrad je dan het fraaie voetbalstadion van Alkmaarsche Boys. Je bewondering ging uit naar keeper Henk Kramer en naar spelers als Lo de Ley en Toon Indri.

Alkmaarsche Boys had veel supporters in die tijd, en een echte supportersvereniging. Die zorgde niet alleen voor het (bus)vervoer van de fans, maar schonk de bewonderde vereniging tevens een fraaie toernooiprijs. In 1950 begon bij Alkmaarsche Boys namelijk het Kaasstadtoernooi met als trofee de Zilveren Kaasberry. H.R.C. uit Den Helder werd de eerste winnaar. Het veld was bij zulke gebeurtenissen omzoomd met enthousiaste kijkers. De meest enthousiaste was misschien wel Moe Blok. Zij ging rustig op de fiets naar Wijk aan Zee als haar jongetjes daar moesten voetballen. In de Boyskoeriers uit die tijd vroeg de feestcommissie om andere enthousiastelingen: waren er geen dames die kleedjes wilden borduren, zodat er prijzen kwamen voor de Boysloterij?

Voetbaltoto

Op vele momenten in de Boysgeschiedenis werd een beroep gedaan op medewerking van leden en vrienden. Heel vaak kwamen dus Boysmensen in touw om de een of andere klus te klaren. Men hielp bij de terreinaanleg aan de Heilooërdijk: dat was een hele klus, want het veld leek volgens ooggetuige Siem Bak nog het meest op een 'zeespiegel-bij-lichte najaarsstormen'. Men smeerde broodjes om een voetbalkamp in de herfstvakantie voor de deelnemers goedkoop, dús aantrekkelijk te maken. Men sjouwde en bouwde als de kantineopstelling veranderd werd om de opvang voor leden en toeschouwers te verbeteren.

Ook in tijden van financiële nood, zorgden vindingrijke geesten voor oplossingen. In 1955 vond de nieuwe Boyspenningmeester een saldo van ƒ 2,97 in zijn geldla. Maar er waren nog wel rekeningen van leveranciers... Al snel wist een driemanschap een mogelijkheid om geld te verdienen: ze begonnen totoformulieren te tekenen en brachten die wekelijks aan de man. Er bestond in die tijd namelijk nog geen officiële voetbaltoto. Uren lijntjes trekken voor de club: maar dat leverde wel wat op. Ook voor de deelnemers, want er vielen prijzen te winnen van ƒ 200,- per week (en als je het formuliertje bij Blok inleverde, op het Baanpad, kreeg je een plakje worst toe).

Boysjeugd in het verleden

Bij Alkmaarsche Boys kreeg de jeugdafdeling steeds veel aandacht. Dat is nu ook zo, want als de competitie stil staat of tijdens vakanties, zijn er altijd extra activiteiten. Oefenpartijtjes, zaalvoetbal, trainingsdagen, activiteiten in clubgebouw ‘De Oosterweide', buitenlandse reisjes: bijna te veel om op te noemen. En elk Boysjeugdteam speelt diverse toernooien als de competities voorbij zijn.

In vroegere jaren werden de Boysjunioren, adspiranten en welpen evenmin vergeten. Er bestonden toen lang niet zo veel toernooien als in onze tijd. De jeugdcommissie van 1947 bijvoorbeeld was echter vindingrijk genoeg. Behalve deelname aan de bondsdagen, waar jeugdspelers de fel begeerde 'speldjes' konden verdienen, werden er reisjes georganiseerd. De Boysadspiranten gingen Schiphol bekijken, zagen in het Olympisch stadion wielerwedstrijden en trokken 's avonds naar het RCH-veld. Want daar speelde Boys 1 een beslissingswedstrijd tegen Kinheim! De welpen doorkruisten Amsterdam per rondvaartboot en gingen apies kijken in Artis. De Boysjunioren begonnen aan een echte sportuitwisseling. Ze werden onthaald door MSC uit Meppel. Voor de wedstrijd (met als doelman de tegenwoordige nog steeds zeer actieve Aris de Geus!) boden de Alkmaarders hun gasten 'een keurige bloemenmand' aan, de bloemen uiteraard in de Boyskleuren.

Lagere Boysteams op Nova Zembla

De verhuizing van Alkmaarsche Boys naar de Sportlaan betekende tegelijk het verspreiden van de Boysteams over twee complexen. Het hoofdveld lag immers in de Hout, waar nu AZ speelt, maar de andere Boysvelden lagen in de Overdie. Boys 1 en 2 speelden op het fraaie sportveld aan de Sportlaan. De lagere roodwit geblokte teams en de jeugd kwamen terecht op velden die je via een houten bruggetje bereikte vanaf de Vondelstraat. Van sfeer was geen sprake in die nieuwe omgeving: het was afgelegen, kaal, het leek altijd wel koud en het waaide er voortdurend. De elftalcommissie en de jeugdleiders hadden het al gauw over 'Siberië' of 'Nova Zembla'. De enige troost bood Willem Molenkamp, die in een primitieve behuizing voor koffie, thee en limonade zorgde. Overigens vermaakten de spelers van die lagere teams zich uitstekend. Hun (uit)wedstrijden duurden zo ongeveer de hele dag, als je de verhalen mag geloven. Sinds 1948 trainden de lagere teams apart, op maandagavond. De opkomst moet goed zijn geweest, want een speler uit Boys 4 van toen, de fameuze 'Sir Archibald', stelde de trainingsopkomst van zijn team ten voorbeeld aan de eerste (maar vooral: tweede) elftalspelers.

Profvoetbal op het Boysveld?

In 1954 lazen de Boysleden in de krant, dat het gemeentebestuur van Alkmaar had besloten om het terrein aan de Sportlaan op zaterdag te verhuren aan de profclub Alkmaar. Daarmee verbrak de gemeente een jaren eerder gedane belofte aan Alkmaarsche Boys. De club, die zo lang in Heiloo had gebivakkeerd, zou een eigen home krijgen in de Alkmaarse Hout. En het was er mooi, aan de Sportlaan! Bij de aanleg dreigde eerst nog van alles mis te gaan: er moesten resten van de oude, vooroorlogse, wielerbaan worden opgeruimd, er bleken zelfs landmijnen te liggen uit de oorlog, en de geplande grote tribune kwam er niet: in het naoorlogse Alkmaar ging de wederopbouw voor. Maar het werd een schitterend sportveld, waar vele sporters en supporters graag kwamen. Ook mollen kennelijk, want er werden 17 mollengangen opgespoord in het eerste seizoen. Ineens wordt een bloeiend verenigingsleven wreed verstoord. Dat zette veel kwaad bloed bij de getrouwen. Sommige oudgedienden hebben nooit meer een stap willen zetten op het veld aan de Sportlaan. En er kwamen zelfs snode plannen om de doelpalen maar eens door te zagen. Zo ver kwam het niet, want het Boysbestuur had via felle onderhandelingen een alternatieve bestemming los gekregen. Alkmaarsche Boys ging weer eens verhuizen, terug naar de Overdie, de buurt waar het eens allemaal begon. 'En we zijn op een veldje begonnen', staat er dan ook in een oud clublied. 'Denk aan je vroegere glorietijd' staat in een ander lied, dat verwijst naar de Westerwegtijd. Aan de Sportlaan waren er natuurlijk ook wel successen, maar op het vernieuwde sportpark Overdie zou Alkmaarsche Boys een echte, nieuwe glorietijd gaan beleven.

Alkmaarsche Girls

Sinds jaar en dag kunnen ook damesvoetballers terecht op sportpark Overdie. Tijdens het 40-jarig jubileum van Alkmaarsche Boys had een dameswedstrijd, met aanvoerster Jannie Schilder, zo veel succes, dat met een damesvoetbalafdeling werd begonnen. Die groeide uit tot er op zeker moment drie damesteams waren en natuurlijk meisjeselftallen. Ook bij andere jubilea lieten de Boys-dames van zich horen. In 1946 en 1951 waren er bijvoorbeeld gelegenheidswedstrijden voor damesteams. En in 1947 was er zelfs een damessupportersclub bij Alkmaarsche Boys, voor 'sport-, spel-, praat- en breiavonden'. Dat lijkt natuurlijk nog niet op damesvoetbal, maar die dames van toen trainden wel serieus, in de Julianaschool. In een latere periode waren er wéér Boysdames die aan sport wilden doen. Zij kozen voor volleybal. Die sport was al in 1950 op de Overdie bekend als zomersport: toen plaatsten Boysmensen daar een 'volleybalnet'. Als naam voor hun volleybalclub kozen de dames het devies uit het Boysembleem: Eendracht Maakt Macht. Die club, E.M.M. dus, heeft sindsdien een goede naam gekregen in de Alkmaarse volleybalwereld! Maar het damesvoetbal in competitieverband begon bij dat 40-jarig bestaan, in 1971. En sinds die tijd zijn er vele damesvoetbalsters actief geweest op de Overdie. Momenteel spelen de dames van Alkmaarsche Boys met veel enthousiasme en met goede resultaten op het veld en in de zaal.

Welpen en adspiranten op de Overdie

In 1945 had Alkmaarsche Boys 40 jeugdleden. Dat aantal groeide aan tot 150 in het jubileumjaar 1951. En in de bloeiperiode van de jaren '60 telde het alfabet niet genoeg letters om de Boyspupillenteams te kunnen benoemen! Van oudsher maakten de Overdiebewoners veel werk van hun jongste leden, de welpen en adspiranten. Al in het seizoen 1945/46 organiseerde de heer Snijders voor de Boyswelpen wedstrijden. In die tijd was de voetbalbond nog niet eens zo blij met die jonge voetballertjes: er waren pedagogische bezwaren tegen welpencompetities. Maar de jeugd kon niet tegen gehouden worden. Al spoedig werd Alkmaarsche Boys welpen A bekend: er zat echt voetbaltalent in. Dit team groeide uit tot het fameuze adspiranten C elftal, dat twee jaar ongeslagen bleef. Behalve de kampioenschappen haalden die voetballers in de dop speldjes tijdens Adspirantendagen. De bekendste speler van dat adspiranten C uit 1950 was Nico Wagemaker, die later triomfen vierde in het betaalde voetbal. Het welpenvoetbal van Alkmaarsche Boys was in heel Noord Holland bekend. Dat kwam vooral ook door het groots opgezette Welpentoernooi, dat in den beginne als het ware gesponsord werd door de seniorspelers van de club. Zij haalden geld op om bekers, lauwertakken en speldjes te kunnen kopen. Veel bekende clubs uit de regio, maar niet minder uit de Zaanstreek en Amsterdam kwamen graag naar dat voetbalfestijn van de jongsten. Ook daarin was heel wat voetbaltalent verzameld. Enkele van die adspiranten gingen deel uit maken van het Boys 1 dat naar de 1e klas KNVB opklom. De deelnemers weten nog steeds hoe mooi dat geweest is: met een vlaggenparade en sterke tegenstanders. Dit adspirantenteam leverde bovendien een Boysvoorzitter op!

Alkmaarsche Boys groeit!

De rapen waren goed gaar, toen Alkmaarsche Boys min of meer gedwongen werd om in 1954 weg te gaan uit de Hout. Toch slaagde het alerte bestuur erin om van de nood een deugd te maken. De andere behuizing van de voetbalclub, het Overdie-veld, lag in een toekomstige nieuwe buurt. De gemeente ging bouwen in de Overdie en in die buurt zouden vele nieuwe bewoners komen: jonge gezinnen, vermoedelijk ook met voetballertjes. Bij de onderhandelingen met B&W speelde deze gedachte in het achterhoofd mee: Alkmaarsche Boys heeft groeimogelijkheden in de Overdie! De club was overigens toch al 'in de groei'. In 1954 waren er ineens 16 teams en dan zijn de Boyswelpen, in een aantal van 100, niet meegeteld. Het terrein aan de Sportlaan (men schreef toen nog Sportparklaan) en de oorspronkelijk met Jong Holland en RKAFC gedeelde 2 Overdievelden waren niet toereikend om al dat Boysenthousiasme te verwerken. Er was dus veldennood in een groeibuurt. En er moest iets gedaan worden voor de (toekomstige) Overdiebewoners. Want de Overdie was nog wel niet bebouwd, maar er was toch al sprake van vernielingen in de aanplant aan de Vondelstraat. Die Vondelstraat eindigde toen trouwens nog in het niets ter hoogte van de Beatrixschool. De bebouwing tussen Schaepmankade en Overdievelden moest nog beginnen. Alkmaarsche Boys kreeg vier voetbalvelden op het Overdiecomplex: de gemeente begreep in 1954 kennelijk goed, dat een sportvereniging een sociale functie vervult in de Alkmaarse buurten: men houdt immers de jeugd van de straat. Het Boysplan uit 1954 bleek een gouden greep, want binnen tien jaar was het razend druk op de Overdie. Er waren niet alleen veel actieve voetballer(tje)s, maar er kwamen bovendien vele toeschouwers, zoals hier bij de wedstrijd tegen D.C.G. in de 1 e klas KNVB.

Boys-successen

Toen Alkmaarsche Boys werd opgericht, begon direct een periode van sportief succes. In zeven seizoenen klom de nieuwe voetbalclub vanuit de lagere regionen der onderbond op naar de 2 e klas van het amateurvoetbal. De vaste overtuiging heerste, dat Alkmaarsche Boys eerste klasser zou zijn geworden, als niet crisis- en oorlogstijd roet in het eten hadden gegooid. Er volgden magere jaren, met minder in het oog lopende resultaten. Maar een vereniging is natuurlijk méér dan een eerste elftal: het verenigingsleven, de organisatie van Boysleden, bleef immers in tact en bezorgde veel Alkmaarders genoegen en ontspanning. De ware clubgeest komt misschien juist in die minder spectaculaire tijden tot uiting! De jaren '50 waren moeilijk voor de Alkmaarse amateurclubs. De opkomst van het betaalde voetbal zorgde voor onrust en verloop in de amateurgelederen en de bezoekersaantallen liepen terug. Maar Alkmaarsche Boys overleefde sterk: vanuit de jeugdafdeling werd gewerkt aan een nieuwe bloeitijd. Onder leiding van de voormalige Boysback Ab Krul ontstond een sterk juniorenteam. Die spelersgroep vormde de basis voor het Boys 1 dat de eerste klas haalde door twee keer kampioen te worden, in 1962 in de 3e klas en in 1963 in de 2e klas. Alkmaarsche Boys verliet de 2e klas met een 9-2 zege op De Kennemers, voor 2500 kijkers... Vandaar: feest in de Overdie!

Werk aan de winkel!

In 1961 kondigt de Boyskoerier een ledenstop af voor jongens beneden 10 jaar: het ontbreekt de dan bijna dertigjarige voetbalclub aan terreinaccommodatie en aan welpenleiders. De gedachten gingen terug naar de tijd van de oprichting: er was geen geld, we hadden geen veld en geen materiaal. Tot nu toe onbekend gebleven Alkmaarders maakten het voetballen bij Alkmaarsche Boys mogelijk. De een gaf een bal, de ander schonk doelpalen, een derde leverde raampjes voor de kleedkamers. Er was in elk geval de nodige steun voor de nieuwe vereniging. Maar de leden moesten vooral veel zelf doen. In 1931 werd dan ook niet gevraagd: kun je goed voetballen? maar: kun je goed kluiten kloppen? Voor de veldennood moest Alkmaarsche Boys bij de gemeente zijn. Voor de welpenleiders moest natuurlijk in de eigen kring een oplossing gevonden worden. Ook in die jaren '60 gold evenwel: er waren actieven, lauwen en slampampers. Een bekend Boysschrijver stelde die laatste groep voor zich maar eens een aantal keren in de Oudegracht te laten zakken... De actieven lieten echter goed van zich horen. Natuurlijk kwamen er nieuwe welpenleiders. Tot tweemaal toe werd het clubhuis vergroot, er kwam een vijfde speelveld, en tenslotte werd een nieuw kleedgebouw gebouwd. De Boysbouwvakkers zorgden voor vakwerk, alles uit clubliefde.

Het is weer feest bij de Boys!

Alkmaarsche Boys steunt, zoals vele verenigingen, op een aantal enthousiaste medewerkers. Zij zorgen er voor dat de (jeugd)leden kunnen voetballen en dat ze nog wat kunnen napraten na de training of de wedstrijd. Zij onderhouden de accommodatie, maken het clubhuis schoon en zorgen dat de club leefbaar blijft. Die werkende leden hebben voldoening als velen het naar hun zin hebben en zich thuis voelen op de Overdie. Daarom verdienen die leden op zijn tijd een verzetje. Daar zijn bijvoorbeeld de Sinterklaasavonden voor bestemd. Zelfs de feestavonden van Alkmaarsche Boys hebben een traditie. Zo is er het spektakel van de opkomst van Sinterklaas: op de meest avontuurlijke manieren bereikt de Goedheiligman telkens weer het Boysclubhuis. Voorheen begaf Hij zich naar café Sportlust aan de Westerweg, later vond hij steeds de weg naar Oosterweide. In het verleden werd de Sinterklaasavond gecombineerd met andere activiteiten: in de verhuiswagen van Hoed werden selectiespelers in koppels gedropt en die moesten zo snel mogelijk het thuishonk zien te bereiken. Zo mogelijk nog zotter was evenwel de aankomst van de Sint, want die arriveerde per brancard op de Westerweg. Maar we zagen Sint en Piet later aankomen op alle soorten paarden, in allerlei voertuigen, variërend van vorkheftruck tot bakkerskar en tandem. Hun avondje werd bovendien opgefleurd door Boysartiesten, die tevens furore maakten tijdens de toen nog bestaande jaarlijkse feestavonden in het Wapen van Heemskerk of Gulden Vlies. Alkmaarsche Boys had in verschillende perioden een eigen Boys-cabaret.

Beslissingswedstrijden en toernooivoetbal

De opmars van een voetbalclub wordt soms bemoeilijkt door beslissingswedstrijden. Dat gebeurt nu in allerlei klassen en op vele velden, dat was in het verleden ook zo. Inmiddels vermaakt de jeugd zich met toernooivoetbal. In het verleden waren er geen periodekampioenen, maar de spanning was er niet minder om. Er was van automatische promotie van de kampioensteams immers geen sprake. Toen Alkmaarsche Boys kampioen werd in de 3e klas van de KNVB, in 1962, moesten er dus promotiewedstrijden worden gespeeld. Tegenstanders van toen waren Zilvermeeuwen, Quick A en KBV. Die wedstrijden werden pas laat gespeeld, met bijvoorbeeld op zaterdag een wedstrijd in Amersfoort en de volgende dag de return op de Overdie. Alkmaarsche Boys promoveerde precies op zijn verjaardag, 8 juli. Het volgende seizoen was er trouwens ook veel spanning, toen de Boys een inhaalrace op Vitesse won. De laatste thuiswedstrijd, op 9 juni 1963, ging tegen De Kennemers. 2500 (!) Boysgezinde toeschouwers hielden de adem in: het werd 0-2. Maar toen kwam de ommekeer: de Boysmachine ging draaien en het rood en wit overspoelde de Kennemers-veste. Alkmaarsche Boys werd kampioen van de 2e klasse door met 9-2 te winnen. Alkmaar had een eerste klasser! Alkmaarsche Boys zou geruime tijd gaan bivakkeren in die hoogste amateurafdeling. Na een korte vakantie kwamen de voetbalschoenen al weer uit het vet. De oefenperiode begon en al snel was er wéér spanning: die van het roemruchte Kaasstadtoernooi. Inzet van dat toernooi is de prachtige zilveren Kaasberry. Kan het Alkmaarser?

Alkmaarsche Boys als gastheer

De sociale betekenis van een voetbalclub als Alkmaarsche Boys houdt niet op bij de 16-meterlijn of de middenstip. Natuurlijk is het op zich al prachtig om een elftal spelers, hun tegenstanders en scheids- en grensrechters de gelegenheid te geven zich uit te leven op de Overdie: even buiten alle alledaagse beslommeringen! Maar bij Alkmaarsche Boys gaat het verder, tot over de landsgrenzen zelfs. Vele mensen bewaren de allermooiste voetbalherinneringen aan de 'verre' uitwedstrijden. Al jarenlang immers gaan Boysteams naar het buitenland. En daarbij blijkt dat sport écht verbroedert. De verhalen van die buitenlandreizen zijn fraai, maar waar. Dat geldt net zo goed voor veteranenvoetballers in Berlijn of Wollendorf, als voor de Boysjunioren die meededen met internationale toernooien in Darmstadt en in Braunschweig. De FC Aces uit onze prachtige zusterstad Bath, in Engeland, waren al meerdere malen de gasten van Alkmaarsche Boys. Boysteams bezochten uiteraard ook diverse keren Bath. Wie nooit zo'n uitwisseling meemaakte kan zich niet voorstellen wat vriendschap, sportiviteit en internationale verbroedering betekenen. Alkmaarsche Boys stelt zijn leden graag in de gelegenheid om ook buiten de landsgrenzen sportief te recreëren.

Cabaret, keuken en honkballers

Toen Alkmaarsche Boys de hoogste afdeling van het amateurvoetbal had bereikt, moest die toppositie worden geconsolideerd. Dat is soms nog moeilijker dan het bereiken van het hoogtepunt. Zoals we dat ook nu zien bij succesvolle clubs om ons heen: het is van belang om de accommodatie af te stemmen op de nieuwe situatie. In de Overdie werd het nog niet zo lang bestaande clubhuis, dat later Oosterweide zou gaan heten, verfraaid. Zo kwam er een goed ingerichte keuken, toen uiterst modern. De eerste reclameborden verschenen langs het hoofdveld. Ook het verenigingsleven werd geactiveerd. De beroemde jaarlijkse feestavonden werden voortaan verzorgd door een eigen (ABC)-cabaretgroep, die later ook buiten eigen kring successen behaalde. Op sportief gebied verrijkten de Boys zich met een honkbalafdeling. Dat was wel wat vreemd voor al die voetballers: de honkballers onderscheiden zich immers door veel enthousiast geluid. Boys 1 handhaafde zich onder trainer Arie Rentenaar en Ad Visser verschillende seizoenen in de eerste klasse, en eindigden een keer zelfs erg hoog. Maar de spanningen, die bij de amateurtop horen werden merkbaar. Was het nog zo, dat vanaf 1967 zelfs Boys 3 hoog scoorde in de res. KNVB klassen, langzamerhand trad enig verval op. Hoog spelen betekent ook: er komen allerlei avonturiers bij je club. Dat brengt teleurstellingen mee voor (tijdelijk) gepasseerde eigen mensen, die gaan afhaken, etc. Een andere kwaal werd ook al merkbaar: wie was er nog bereid om al die seniorenteams te leiden?

Nooit op zondag!

De honkbalafdeling van Alkmaarsche Boys had een kort leven. Het ging heel wat beter met de dames van de volleybal. EMM werd volwassen, maakte zich los en groeide uit tot een respectabele sportvereniging in Alkmaar. Naast de damesteams kwamen er heren- en jeugdteams, en EMM weerde zich eveneens in het internationale. Met Pinkster kon je altijd terecht in 'de Meent', want dan zijn er gegarandeerd diverse zustersteden met hun volleybalteams vertegenwoordigd bij EMM. Alkmaarsche Boys kwam ook met zaalvoetbalteams op de proppen. Deels omdat het veldvoetbal even meende dat het beter was als zij het zaalvoetbal regelde. Deels omdat uit eigen kring mensen de zaal in wilden. En zinnige initiatieven bij Alkmaarsche Boys zijn in de zestigjarige historie altijd gehonoreerd! Dat geldt ook voor het zaterdagvoetbal. In de jaren 1975/1976 kwam het idee op. Een aantal mensen die in de jeugd bij Alkmaarsche Boys speelde, voelde wel voor een nieuw begin, maar: nooit op zondag. Men kreeg niet direct zijn zin, een paar jaar later kwam het er toch van. Er kwamen zaterdagvoetballers in de Overdie, met vooral veel geestdrift. De kern bestond uit oud Boysjunioren, maar er waren ook echte recreanten. Dat bleek ook wel toen de zaterdagteams begonnen. Boys 1 kon zich aardig redden, Boys 2 en later Zaterdag 3 hadden grote problemen met de tegenstanders. Wat te denken van het reservezaterdagteam dat moest spelen tegen Volendam, dat ex-betaaldvoetballers afvaardigde? Op het D-veld werd het 0-26... Alkmaarsche Boys voetbalt nog steeds op zaterdag, met 2 teams, en vooral om het sportieve genoegen. Dat is misschien wel het meeste waard!! Toch werd zaterdag 1 eens kampioen.

Jubileumvoetballers in actie!

Uitgerekend toen Alkmaarsche Boys een jubileum ging vieren, kwam de degradatie van Boys 1 uit de eerste klas. Die teleurstelling moest snel verwerkt worden, want er stonden in 1971 vele activiteiten op de feestagenda. Het begon al in het naseizoen. Er waren grote toernooien, voor de oudste en voor de jongste Boysspelers. De veteranenteams streden nog even fanatiek als voorheen, maar de mooiste 'strijd' leverden toch de 1500 (!) uitgenodigde pupillen. En dat gebeurde allemaal nog voor de eigenlijke feestweek. Op de plaats waar nu het kleedgebouw staat op de Overdie, stond in augustus 1971 een feesttent. De hele week was er feestgedruis en blijdschap op de Overdie. Het eigen Boyscabaret kwam met een aantal fantastische optredens, Alkmaarsche Boys kreeg een gouden voetbalschoen aangeboden, de complete Boysjeugd bevolkte tegelijk, en uiteraard in het fraaie roodwit geblokte shirt, de Boystribune, etc. De Overdie-club, die terecht zuinig is met haar onderscheidingen, bracht eer aan Jan Goudsblom en Willem Molenkamp. Zij waren al vanaf 1931 bij hún Alkmaarsche Boys werkzaam. Goudsblom was een verdienstelijke Boysaanvaller geweest en kwam als eerste-elftalspeler al in het bestuur. Hij zou er penningmeester zijn en meer dan 25 jaar voorzitter. Molenkamp zorgde eerst voor de seniorenteams en kwam als 2e penningmeester achter de bestuurstafel. Hij herbergde met zijn gezin overigens heel lang de Boysfamilie, als er vergaderd moest worden, of geklaverjast, of als de Sint weer eens in Alkmaar was. Op het voetbalveld kwamen twee gelegenheidsteams van Boysdames in actie: het startschot voor de damesafdeling! En ongetwijfeld was de reünie een hoogtepunt: met spelers die nog één keer de voetbalschoenen uit het vet haalden, en vooral met verhalen van toen.

Waar kan ik me omkleden?

In 1931 zorgden actieve werkers voor de eerste kleedkamers van Alkmaarsche Boys. Ze kregen wat steun uit de Alkmaarse burgerij, die bijvoorbeeld voor de ramen zorgde. Dat kleedgebouwtje stond niet zo lang op de Heiloeërdijk, want het volgende jaar al kwam de verhuiswagen van Hoed voor om de opstallen te verplaatsen naar de Westerweg. Maar opnieuw ging er al gauw weer wat veranderen: door de eerste succesjaren klommen de roodwitte Alkmaarders snel op de competitieladder. En de voetbalbond bepaalde: bij de status van 3e klasser hoort een fatsoenlijke accommodatie! Het plan kwam van pionier Siem Bak. Hij bedacht een constructie van zittribune, kleedkamers en materiaalberging. Dat moest ƒ. 4500,- gaan kosten! Gelukkig kreeg de penningmeester toen ook entreegeld als de lagere Boysteams speelden, en bij de grote drukte anno 1935 verhuurde Alkmaarsche Boys kistjes voor de mensen die achteraan stonden (voor ƒ. 0,15). Eenmaal terug in de Overdie bleef de kleedaccommodatie een probleem. Bij het hoofdveld waren overigens 2 tamelijk comfortabele kleedkamers, maar voor de overgrote meerderheid van de voetballers was het toch maar behelpen. Wie daar ooit douchte wist meteen wat 'steenkoud' betekent. In 1967 werd het wat beter. Toen verdween bijvoorbeeld het beruchte zwarte pad. Maar pas een jaar of tien later kwam alles voor elkaar. Toen kon Alkmaarsche Boys een prachtig nieuw kleedgebouw openen, waarin ook rekening was gehouden met de damesvoetballers, de scheidsrechters en de telkens gastvrij ontvangen schoolsporters. En niemand hoefde meer kou te lijden!

8 juli: Alkmaarsche Boys is jarig!

In de Alkmaarsche Courant van 20 juni 1931 stond een ingezonden stuk van 41 jeugdleden van Alcmaria Victrix. Zij zijn het niet eens met hun bestuur, dat 2 gewaardeerde jeugdleiders buiten spel zette. Ook hun ouders hebben daar grote problemen mee, dat blijkt twee dagen later in diezelfde krant. De verontwaardiging loopt hoog op, want op 26 juni besluiten de inmiddels gestopte Alcmarianen een eigen club op te richten. Een makelaar uit de stad biedt grond aan, een lid van een andere voetbalclub komt met een nieuwe bal aandragen: de trainingen kunnen beginnen! Op 8 juli 1931 opent C. Hoek de oprichtingsvergadering: er zal een voorzitter moeten worden benoemd. Dat wordt J.M. van der Horst. Men moet bestuursleden kiezen, contributiebedragen vaststellen en reglementen maken. Kortom, er moet van alles en nog wat gebeuren.

Maar vanaf 8 juli 1931 geldt in deze club: EENDRACHT MAAKT MACHT.

De vergadering kiest als naam voor de nieuwe voetbalclub: ALKMAARSCHE BOYS. En de leden gaan spelen in roodwit geblokte voetbalshirts. Op 8 juli 2006 gaat Alkmaarsche Boys zijn 75 e verjaardag vieren. Alle Boysvriend(inn)en mogen daar natuurlijk bij aanwezig zijn. De voorbereidingen zijn in volle gang. Zie elders op deze website.

Allerlei Boysverhalen

Bij een vereniging als Alkmaarsche Boys komen regelmatig vele verhalen uit het roemrijke verleden boven. Op deze plaats zijn er al een aantal opgehaald. Terugkijkend vallen natuurlijk vooral de succesverhalen op: de kampioenschappen, de geslaagde toernooien, de onvergetelijke sportuitwisselingen. De verhalen over oude situaties en omstandigheden doen het ook goed: primitieve omstandigheden aan de Heiloeërdijk, gebrekkige reismogelijkheden, maar ook het voor onze tijd bijna ongekende enthousiasme als men na gewonnen wedstrijden in het avondlijke Alkmaar uren bleef nagenieten, de duizenden toeschouwers bij kampioenschappen van Boys 1 in de dertiger en de zestiger jaren. Iedereen heeft bovendien eigen verhalen over ervaringen bij Alkmaarsche Boys. Van elke Boysspeler of ieder Boysteam uit heden en verleden zijn er verhalen te vertellen. Een foto uit een oude doos, een elftal dat in de Boyskoerier stond: steeds past daar een Boysverhaal bij. Soms zijn dat echte successtory's. Neem nu dit elftal, junioren B2 uit 1983. Een leeg veld op de achtergrond, 14 spelers en jeugdleider A. Bontje. Dit juniorenteam werd kampioen in zijn afdeling: bij Meervogels in Akersloot kon de kampioensvlag worden gehesen, de kampioensfoto werd natuurlijk op eigen veld gemaakt! Op de voorste rij, hand op de bal, zit Ferry Stroes, links van hem zit Richard Goulooze. Ze kwamen later in junioren A1 dat kampioen werd onder leiding van Joop Vermeer. Ze debuteerden als jeugdspeler in Boys 1 en maakten vervolgens hun talent waar in het betaalde voetbal.

Eens bij Alkmaarsche Boys, altijd Boysman!

We hadden het over Boysverhalen? Deze keer het verhaal van Willem Brouwer. In 1931 besloot de jeugdige Wim Brouwer om op voetbal te gaan. Hij verdiende inmiddels zelf en kon dus de contributie betalen zonder een beroep te hoeven doen op de huishoudportemonnaie. Tot dan voetbalde hij graag: op de Krocht, de plek waar menig Alkmaarder voetballen leerde. Hij haalde een inschrijfformulier en ging op weg naar de secretaris van Alcmaria. In de Langestraat, op de hoek van de Hoogstraat ongetwijfeld, stonden voetbalvriendjes. „Waarom kom je niet bij de nieuwe club?” vroegen ze. „Waarom niet?” dacht Wim Brouwer. Hij begon als keeper in Boys 2, maar dat bleek in die wedstrijd een saaie positie. Na de rust verscheen hij als veldspeler en scoorde 7 keer. Direct vroeg men hem als reserve bij Boys 1: hij zou 16 jaar blijven. Wim Brouwer speelde 287 keer in Boys 1. Hij maakte de opgang in de jaren 30 mee. Hij was er weer bij toen er degradatieduels gespeeld moesten worden in 1947. Kinheim werd verslagen in Heemstede: Willem Brouwer voetbalde nog steeds mee voor zíjn Alkmaarsche Boys. In 1951, toen de Boyskoerier hem met milde spot betitelde als 'kale Willem', werd hij nog eens kampioen, met Boys 4.

Zonder foto

Bij elke foto uit het rijkelijk voorziene Boys-archief valt inderdaad een verhaal te vertellen. Maar van sommige verhalen zijn er geen foto's... Want in de voetballoze vakantietijd spelen zich elk jaar weer gebeurtenissen af in het verenigingsleven die meestal onvermeld blijven. Juist in die 'stille' tijd wordt er achter de schermen gewerkt om het volgende voetbalseizoen mogelijk te maken. Het betreft reparaties, onderhoudswerk, of vernieuwing van de opstallen. Voor dat werk blijken steeds weer mensen beschikbaar, al is het wel vaak dezelfde, kleine groep. Bij Alkmaarsche Boys was vader Keesen zo iemand. Bij de oprichting was hij present, met zijn beide zoons. Hij maakte zijn lidmaatschap in de jeugdjaren van de Boys direct waar, niet alleen als bestuurslid, maar vooral als zwoeger. Aan de Westerweg moet hij bergen werk verzet hebben als 'terreinchef'. In later jaren komen we de namen van Schaddenhorst sr tegen en van vader Groot. Zij hebben menigmaal de schilderkwast gehanteerd ter verfraaiing, of gewoon maar als behoud, van Boystribune en Boyskantine. Er moet in de jaren 60 heel wat te doen zijn geweest: berucht was immers het sintelpad, dat voor wolken stof zorgde. In 1966 heette de adspirantendag op de Overdie dan ook terecht het 'vuile voeten toernooi'! In onze jaren zijn ze er weer, die stille zwoegers. Je ziet ze nooit op de voorgrond, er zijn geen foto's van.

Toeschouwers en tactiek

Na Ab Krul werd Arie Rentenaar trainer bij Alkmaarsche Boys. Halverwege zijn derde seizoen schreef deze oefenmeester over de tactiek van de 1 e klasser. Hij behandelde vooral AFC-Alkmaarsche Boys. Die wedstrijd was belangrijk, want beide teams voerden eind 1967 de ranglijst aan. In het bekende weekblad Vrij Nederland besteedde de vermaarde columnist Nico Scheepmaker aandacht aan die topper. Deze journalist met een Blauw Wit-hart liet zich voorlichten door de uit Hilversum bekende AFC-man Karel Prior, maar hij is objectief genoeg om de winst van de Alkmaarders verdiend te vinden. Hij roemt het spel van de sterke defensie, met de Noordhollandse topamateurs Rob Schutz, Nico Pater en Arie Kramer, vermeldt het zwoegen van aanvoerder André Hoed en de 'tochtlatten' van schutter Leo Schats. De Boyskoerier maakt melding van het specifieke systeem dat trainer Rentenaar uitdacht voor deze topwedstrijd: het 1-4-3-3 systeem, dat Inter Milaan internationaal uitvoerde. Maar dat moest nog eens worden uitgelegd voor de Boyssupporters. Trainer Rentenaar kapittelt de toeschouwers, dat ze vaak niet weten dat een elftal met een bepaalde tactiek speelt. Het is dus helemaal fout, leert Rentenaar, als de (vooral vrouwelijke) fans hun ploeg aanmoedigen met: 'Naar voren, Boys'. Maar ja, ze waren er wel altijd!

Een glorierijk verleden!

In 1967/1968 kwam Alkmaarsche Boys bijna op het hoogste erepodium. Het eerste team eindigde vlak onder de top van de 1e klasse A. Het was het seizoen van de wedstrijden tegen AFC en van de grote opkomst tegen DCG. In Boys 1 speelden dat jaar Gerard van der Veen en Nico Wagemaker mee: beiden terug uit het betaalde voetbal. 1967 was ook het jaar van Wim de Jager, wiens overstap naar Alkmaar immers een fusie tot gevolg had: AZ'67 ontstond. De Boys-jaren van Wim de Jager moesten nog komen... Het Boysdoel werd verdedigd door Rob Schutz, die dat jaar tevens doelman was van het Nederlands amateurelftal, dat in de Bondsrepubliek enkele wedstrijden speelde. Met het Amsterdamse AFC was een speciale band ontstaan. Al in 1946 kwamen de roodwit geblokte Boysspelers de Amsterdammers tegen. Toen speelde Jan Goudsblom nog mee, die later erevoorzitter zou worden van Alkmaarsche Boys, en ook toen beschikten de Boys over een bekende doelman: Henk Kramer. De wedstrijd tegen AFC in 1968 was van belang, omdat de leiderspositie op het spel stond. Uiteindelijk wonnen de Alkmaarders van AFC, maar het gelijke spel tegen DCG (met duizenden toeschouwers!) en het verlies bij SDW uit (een autorijschool stelde een bus beschikbaar voor de Boysjeugd!) zorgden voor feest in Amsterdam. Alkmaarsche Boys werd derde.

Met dank aan Gerard de Vriend

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!